**1.** Het lid, niet zijnde rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, van de meervoudige kamer van de rechtbank te 's-Gravenhage, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de wet, alsmede diens plaatsvervangers, leggen, alvorens in bediening te treden, ten overstaan van de rechterlijk ambtenaar, tevens zijnde president van de rechtbank, de eed of belofte af als bedoeld in artikel 1g, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat daar waar de formulering de woorden «rechterlijke» of «rechterlijk» bevat, deze woorden achterwege dienen te blijven.
**2.** Van het afleggen van de eed of belofte wordt een verklaring opgemaakt die aan de beëdigde ter hand wordt gesteld. Een gewaarmerkt afschrift wordt aan Onze Minister van Justitie gezonden.
Hoofdstuk VII
Artikel 50
Artikel 50
Onderdeel van Besluit gewetensbezwaren militaire dienst· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002