**1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet geniet, of deze zou genieten indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing.
**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 540.
Hoofdstuk III
Artikel 22c
Artikel 22c
Onderdeel van Wet op de loonbelasting 1964· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026