**1.** Een certificaat van deugdelijkheid voor passagiersschepen en een veiligheidscertificaat voor passagiersschepen hebben een geldigheidsduur van een jaar. Alle overige certificaten hebben een geldigheidsduur van vijf jaar.
**2.** Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan certificaten afgeven met een kortere geldigheidsduur dan in het eerste lid bepaald indien nog niet alle onderzoeken naar zijn genoegen zijn voltooid of indien hij nog niet over alle door hem gevraagde gegevens van het schip beschikt.
Hoofdstuk III
Artikel 21
Geldigheidsduur van certificaten
Onderdeel van Schepenbesluit 1965· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1998