Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

1. Wanneer aan de bestuurder van een gehandicaptenvoertuig, welke aan de Staat toebehoort, dan wel aan de bezitter of de in artikel 2, tweede lid, van de wet bedoelde houder van een gehandicaptenvoertuig, die is vrijgesteld van de verplichting tot het sluiten van een verzekering, een bewijs van vrijstelling is uitgereikt, moet dat bewijs op het gehandicaptenvoertuig worden bevestigd op dezelfde wijze als is voorgeschreven ten aanzien van de bewijzen van verzekering. 2. Wanneer aan de bestuurder van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, welke aan de Staat toebehoort, dan wel aan de bezitter of de in artikel 2, tweede lid, van de wet bedoelde houder van een bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994, die is vrijgesteld van de verplichting tot het sluiten van een verzekering, een bewijs van vrijstelling is uitgereikt, wordt dat bewijs op de bromfiets bevestigd op dezelfde wijze als is voorgeschreven ten aanzien van de bewijzen van verzekering. 3. Het bewijs van vrijstelling kan worden gebezigd met ingang van de eerste januari van het kalenderjaar, dat erop staat vermeld. De geldigheidsduur van het bewijs eindigt op 30 april van het daarop volgende jaar te 24.00 uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel