**1.** Ten aanzien van degene, die op 30 juni 1964 recht had zowel op pensioen als op algemeen ouderdomspensioen, algemeen weduwenpensioen of algemeen wezenpensioen en tengevolge van de bepalingen van deze wet minder aan pensioen inbegrepen de daarop vallende toeslagen zou ontvangen dan hem op 30 juni 1964 zou toekomen indien de voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldende bepalingen van kracht waren gebleven, wordt de beperking met een zodanig bedrag verminderd, dat aan pensioen, inbegrepen de daarop vallende toeslagen, niet minder wordt ontvangen, dan op 30 juni 1964 het geval was.
**2.** Ingeval het vorige lid is toegepast wordt voor volgende berekeningen van de beperking het pensioen geacht te zijn vermeerderd met het bedrag, waarmede de beperking ingevolge het vorige lid is verminderd.
**3.** Met ingang van de dag waarop voor belanghebbende na 30 juni 1964 recht op een lager bedrag aan algemeen ouderdomspensioen, algemeen weduwenpensioen of algemeen wezenpensioen onderscheidenlijk op of na 1 juli 1996 aan een algemene nabestaandenuitkering, of een algemene wezenuitkering ontstaat, wordt het in het vorige lid bedoelde bedrag zodanig lager gesteld, alsof de omstandigheid die tot wijziging leidde reeds op 30 juni 1964 aanwezig was geweest.
Treedt in werking behalve voor zover het betreft personen die voor 29 maart 2013 recht hebben op een halfwezenuitkering. Treedt in werking op 1 oktober 2013 voor zover het betreft personen die voor 29 maart 2013 recht hebben op een halfwezenuitkering.
afdeling Vijfde
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2013