Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is bevoegd in bijzondere gevallen, waarin de toepassing van deze wet tot een naar zijn oordeel onredelijke uitkomst leidt, ten gunste van de belanghebbende een beslissing te nemen, die met de strekking van deze wet overeenkomt.
Artikelen 11, 17, derde lid, 19a, 21, eerste en derde lid, 22,
27 en 27a werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel 19c
werkt terug tot en met 1 januari 1998. Artikelen 9, 10, 16, 17,
19, 19b, 19d, 21, eerste lid, 22, 23, 24 en 26a werken terug tot
en met 1 juli 1996.
afdeling Vijfde
Artikel 27
Artikel 27
Onderdeel van Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 2001