**1.** Ingeval krachtens artikel 3, tweede lid, de belasting niet voor ieder motorrijtuig afzonderlijk wordt geheven, bedraagt de belasting over een tijdvak van twaalf maanden:
a. voor motorrijtuigen op twee wielen
f 77;
b. voor een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel b,
f 388;
c. voor motorrijtuigen op drie of meer wielen, ingericht voor personenvervoer en wel voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen
f 103;
d. voor andere motorrijtuigen
f 145.
**2.** Wordt met twee of meer motorrijtuigen gelijktijdig de weg gebruikt, dan wordt het in het eerste lid omschreven tarief toegepast op elk van die motorrijtuigen.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 16 maart 1994