Aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie artikel 12, vierde lid, toepassing vindt, wordt met ingang van de dag, met ingang van welke dat lid toepassing vindt, ten grondslag gelegd het dagloon, dat ten grondslag zou zijn gelegd aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop hij recht zou hebben gehad, indien artikel 12, eerste lid, op hem van toepassing zou zijn geweest, doch slechts indien laatstbedoeld dagloon hoger is dan het dagloon, dat laatstelijk aan eerstbedoelde uitkering ten grondslag werd gelegd.
Hoofdstuk II › § 4
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1967