Heeft de rechter het bedrag bepaald, dat een ouder of stiefouder dan wel, overeenkomstig artikel 394, de verwekker of de persoon die in artikel 394 daarmee gelijk is gesteld ter zake van de verzorging en opvoeding van zijn minderjarig kind of stiefkind moet betalen en is deze verplichting tot aan het meerderjarig worden van het kind van kracht geweest, dan geldt met ingang van dit tijdstip de rechterlijke beslissing als een tot bepaling van het bedrag ter zake van levensonderhoud en studie als in artikel 395a van dit boek bedoeld.
Op over het jaar 2015 verschuldigde ouderbijdragen blijft het
recht van toepassing zoals dat op 31 december 2015 gold, met dien
verstande dat: a.de vaststelling, bedoeld in artikel 8.1.7, eerste lid, van het
Besluit Jeugdwet, uiterlijk drie maanden na de dag waarop deze
wet in werking treedt wordt gedaan;b.artikel 8.1.7, tweede lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is;c.een kennisgeving van een omstandigheid die aanleiding kan
geven tot een herziening van de ouderbijdrage als bedoeld in
artikel 8.1.8, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet uiterlijk
zes weken na de vaststelling dient te worden ingediend, waarna
de herziening uiterlijk zes weken daarna plaatsvindt;d.artikel 8.1.8, derde lid, van het Besluit Jeugdwet niet van
toepassing is.