**1.** De vervoerder treft de beveiligingsmaatregelen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om categorie I-, II- of III-materiaal als bedoeld in artikel 22, zevende of achtste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen te beveiligen tegen diefstal en sabotage.
**2.** De beveiligingsmaatregelen hebben ten minste betrekking op:
het collo met categorie I-, II-, of III-materiaal of radioactieve stoffen en sloten en zegels;
de beperking van de duur van het vervoer en van de eventuele opslag in verband met het vervoer of onvoorzien oponthoud;
de beperking van het aantal malen dat het categorie I-, II-, of III-materiaal moet worden overgeslagen; als er sprake is van overslag of opslag in verband met vervoer, de beperking van de duur ervan;
de keuze van het vervoermiddel, de keuze van de vervoersroute, de geplande stopplaats of stopplaatsen, de planning van het tijdschema van het vervoer en de locatie van de eventuele opslag in verband met het vervoer;
de taken, de vakbekwaamheid, de betrouwbaarheid en instructies van betrokkenen bij het vervoer;
de communicatiemiddelen en overige voorzieningen van het vervoermiddel;
de bescherming van specifieke gegevens over de beveiligingsmaatregelen in verband met het vervoer;
het tegengaan van incidenten en andere ongewenste beïnvloeding.
**3.** Bij verordening van de Autoriteit worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het eerste of tweede lid, waaronder de getroffen of te treffen beveiligingsmaatregelen.
Hoofdstuk Ia › § 1
Artikel 1d
Artikel 1d
Onderdeel van Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025