Voordelen die niet reeds uit anderen hoofde in aanmerking zijn genomen, worden gerekend tot de winst van het jaar waarin de belastingplichtige ophoudt in Nederland belastbare winst te genieten. In dat geval worden de bestanddelen van zijn vermogen voor de toepassing van de desinvesteringsbijtelling geacht te zijn vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer.
De wijzigingen op de artikelen 9, eerste lid, 10, 10a, 13, derde
lid, 13b en 13d, met betrekking tot het daarin opgenomen
onderdeel d van artikel 13d, tweede lid, van de Wet op de
vennootschapsbelasting 1969, zijn voor het eerst van toepassing
op leningen die zijn aangegaan na 31 december 2001. De
wijzigingen op de artikelen 13, eerste lid en 13d, met
betrekking tot het daarin opgenomen onderdeel c van artikel 13d,
tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, zijn
voor het eerst van toepassing op vervreemdingen van deelnemingen
na 31 december 2001. Artikel 22 vindt voor het eerst toepassing
met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari
2002. Artikel 28, onderdeel f en g vinden op verzoek van de
belastingplichtige toepassing met ingang van 1januari 2001. Bij
Stb. 2001/641 is in artikel VIIA een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd. Artikel 17a, onderdeel c, 18, eerste
lid werken terug tot en met 1 januari 2001.
Hoofdstuk II › Afdeling 2.10
Artikel 15d
Artikel 15d
Onderdeel van Wet op de vennootschapsbelasting 1969· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2002