Met betrekking tot te verrekenen verliezen die zijn geleden vóór de aanvang van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2019 en waarop artikel 20, vierde en zesde lid, zoals dat artikel luidde op 31 december 2018 van toepassing was, blijft artikel 20, vierde tot en met zesde lid, zoals dat artikel luidde op 31 december 2018 van toepassing. Voor de toepassing van de eerste zin vindt verrekening in een jaar slechts plaats tot een bedrag van € 1.000.000 vermeerderd met 50% van de belastbare winst, onderscheidenlijk het Nederlandse inkomen, bedoeld in artikel 20, vierde lid, zoals dat artikel luidde op 31 december 2018, van dat jaar, nadat die winst, onderscheidenlijk dat inkomen, is verminderd met een bedrag van € 1.000.000. Voor de toepassing van de eerste zin blijven voorts de artikelen 15ae, derde lid, en 15af, zevende lid, zoals die artikelen luidden op 31 december 2018 van overeenkomstige toepassing.
Is voor het eerst van toepassing met betrekking tot boekjaren die
aanvangen op of na 1 januari 2022, met dien verstande dat de
wijzigingen met betrekking tot de voorwaartse verliesverrekening, in
afwijking van de tot en met 31 december 2021 geldende tekst van de
Wet op de vennootschapsbelasting 1969, toepassing vinden met
betrekking tot verliezen die zijn geleden in boekjaren die zijn
aangevangen op of na 1 januari 2013, voor zover deze verliezen
worden verrekend met belastbare winsten of Nederlandse inkomens
genoten in boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2022.
Hoofdstuk VIII
Artikel 34i
Artikel 34i
Onderdeel van Wet op de vennootschapsbelasting 1969· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022