**1.** De uitkering eindigt met ingang van de dag volgende op die, waarop de gewezen minister is overleden.
**2.** De uitkering vervalt:
met ingang van de dag waarop de gewezen minister de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
met ingang van de dag waarop de gewezen minister wederom minister wordt.
**3.** De uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de belanghebbende herhaaldelijk niet of niet op de voorgeschreven wijze voldoet aan zijn verplichtingen op grond van artikel 9a.
**4.** Voorts kunnen Wij, de Raad van State gehoord, de uitkering vervallen verklaren, indien de gewezen minister:
zich in vreemde krijgsdienst of in vreemde overheidsdienst heeft begeven en naar Ons oordeel zich daardoor uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;
wegens enig strafbaar feit is veroordeeld waaruit naar Ons oordeel blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen.
afdeling Tweede › Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 11
Einde en verval van de uitkering
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022