**1.** De belanghebbende aan wie een uitkering als bedoeld in artikel 131 geheel of gedeeltelijk wordt uitbetaald en die niet binnen twaalf maanden de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, is verplicht:
in voldoende mate te trachten passende arbeid te vinden;
aangeboden passende arbeid te aanvaarden;
mee te werken aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid.
**2.** De belanghebbende voorkomt dat hij:
door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt;
door eigen toedoen passende arbeid opgeeft;
eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren.
**3.** Artikel 7a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een lid van gedeputeerde staten.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing:
op de belanghebbende die inkomsten geniet ten bedrage van 100% van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in artikel 133, tweede lid, of op de belanghebbende die een ambt heeft aanvaard als bedoeld in artikel 2, tweede lid, en daaruit inkomsten geniet ten bedrage van 70% of meer van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in artikel 133, tweede lid;
op de belanghebbende die recht heeft op een voortgezette uitkering ingevolge artikel 133a;
voor de periode dat de belanghebbende die verzoekt af te zien van de uitbetaling van de gehele uitkering.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing gedurende de eerste drie maanden na het aftreden van de belanghebbende.
afdeling Vijfde › Hoofdstuk 21 › Paragraaf
Artikel 132a
Artikel 132a
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022