Voor de jaren tot en met de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen dat artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 geen bepaling kent van de pensioenrichtleeftijd, is de pensioenrichtleeftijd 65 jaar.
afdeling Zesde › Hoofdstuk 30
Artikel 165
Artikel 165
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023