Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder:
kamerlid: lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
gewezen kamerlid: hij die uit hoofde van een aftreden als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal uitzicht heeft op pensioen krachtens deze afdeling;
gepensioneerd kamerlid: hij die uit hoofde van een aftreden als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal recht heeft op pensioen krachtens deze afdeling;
kamerlidtijd of kamerlidjaar: tijd of jaar, gedurende welke belanghebbende als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal is opgetreden en waarover schadeloosstelling is genoten;
berekeningsgrondslag: het bedrag van de op de dag vóór het aftreden geldende schadeloosstelling en aanspraak op eindejaarsuitkering, bedoeld in de artikelen 2 en 2b van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, waarbij de evenbedoelde aanspraak wordt berekend over de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2 van de evengenoemde wet, verminderd met het in dat artikel bedoelde percentage van de vakantie-uitkering.
afdeling Derde › Hoofdstuk 9
Artikel 50
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022