**1.** De uitkering eindigt met ingang van de dag volgende op die, waarop het gewezen kamerlid is overleden.
**2.** De uitkering vervalt:
met ingang van de dag waarop het gewezen kamerlid de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
met ingang van de dag waarop het gewezen kamerlid wederom als kamerlid optreedt dan wel lid wordt van het Europees Parlement.
**3.** De uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de belanghebbende herhaaldelijk niet of niet op de voorgeschreven wijze voldoet aan zijn verplichtingen op grond van artikel 54a.
afdeling Derde › Hoofdstuk 10 › Paragraaf
Artikel 56
Einde en verval van de uitkering
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022