De partner en de gewezen partner van een kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerd kamerlid heeft met overeenkomstige toepassing van de artikelen 15, 17, 21, 22 tot en met 23a, 28, 31 en 34, alsmede de artikelen 40d tot en met 40f en de nadere regels op grond van artikel 45a recht op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, met dien verstande dat in artikel 40c voor «diensttijd» gelezen wordt «kamerlidtijd».
afdeling Derde › Hoofdstuk 12
Artikel 60
Recht op partnerpensioen en bijzonder partnerpensioen
Onderdeel van Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2022