Naar hoofdinhoud
1. De schuldeiser wiens vordering door de Commissie niet is erkend, of die zich niet kan verenigen met het bedrag waarop de Commissie zijn vordering heeft vastgesteld, of wiens vordering met toepassing van artikel 13, derde of vierde lid, is verlaagd, alsmede de regeringsvertegenwoordiger bij de Commissie, kunnen aan het Gerechtshof verzoeken de beslissing der Commissie te vernietigen. 2. Het verzoekschrift moet uiterlijk binnen een maand na de dag van verzending van het schrijven, bedoeld in artikel 15, derde lid, tweede zin, onderscheidenlijk in artikel 18, tweede lid, zijn ingediend. Het vermeldt de voornamen, naam en woonplaats van de verzoeker, of, indien het verzoek is ingediend door de regeringsvertegenwoordiger, die van de belanghebbende schuldeiser. Het bevat een duidelijke omschrijving van de gronden waarop het verzoek berust en moet zijn ondertekend door een procureur. Bij het verzoekschrift moeten twee door de procureur voor eensluidend getekende afschriften zijn gevoegd. 3. De griffier van het Gerechtshof zendt onverwijld een afschrift van het verzoekschrift aan de Commissie, alsmede aan de regeringsvertegenwoordiger of, indien het verzoekschrift is ingediend door de regeringsvertegenwoordiger, aan de belanghebbende schuldeiser. 4. Mededelingen of bescheiden, bestemd voor de Commissie of voor de regeringsvertegenwoordiger worden geadresseerd aan het departement van Onze Minister van Justitie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel