Naar hoofdinhoud
1. De indiening van de vorderingen der schuldeisers, voor zover geen obligatiehouder in de zin dezer Rijkswet, geschiedt bij de Commissie door schriftelijke opgave van de aard en het ontstaan van de vordering, zo mogelijk vergezeld van de bewijsstukken waaruit van het bestaan van de vordering en van de grootte daarvan blijkt. 2. De schuldeisers zijn bevoegd een ontvangbewijs te vorderen.

Rechtspraak bij dit artikel