Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022

De vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel t, van de wet, is van toepassing onder de volgende voorwaarden: uit het verkoopregulerend beding bij de eerdere verkrijging blijkt een zelfbewoningsplicht voor de eerdere verkrijger; de waarde van de woning ten tijde van de eerdere verkrijging is de waarde, bedoeld in artikel 52 van de wet, zonder rekening te houden met het verkoopregulerend beding en is niet hoger dan het bedrag, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4°, van de wet, ten tijde van de huidige verkrijging; de woning is bij de eerdere verkrijging verkregen met een koperskorting van ten minste 10% en ten hoogste 50% van de waarde van die woning ten tijde van de eerdere verkrijging; bij vervreemding door de natuurlijk persoon geldt dat de natuurlijk persoon de verkregen koperskorting geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen aan de verkrijger, of dat de verkrijger in bepaalde mate deelt in de tussentijdse waardeontwikkeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel