De uitkering aan de minderjarige volle wees wordt naar behoefte individueel bepaald. Bij de vaststelling van de uitkering wordt rekening gehouden met geëigende voorzieningen ter zake van kosten van onderwijs en opleiding.
De onder a bedoelde uitkering kan zo nodig worden voortgezet tot uiterlijk het bereiken van de 27-jarige leeftijd, indien de betrokkene, hetzij in verband met een dagstudie, hetzij in verband met arbeidsongeschiktheid, door het ontbreken van andere geëigende voorzieningen op die uitkering is aangewezen.
Hoofdstuk II › § 3
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992