Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009

1. De Koning en de na te noemen andere leden van het Koninklijk Huis ontvangen jaarlijks de volgende geldelijke uitkeringen: de Koning € 4 757 359 de echtgenote van de Koning € 821 946 de vermoedelijke opvolger van de Koning, te rekenen vanaf de leeftijd van 18 jaar € 1 281 313 de echtgenote of de echtgenoot van de vermoedelijke opvolger van de Koning € 578 077 de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan € 1 288 730 de echtgenoot of de echtgenote van de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan € 492 918 vermeerderd of verminderd in elk jaar waarover de uitkering wordt genoten: voor het gedeelte van de uitkering dat betrekking heeft op het inkomensbestanddeel, vermeld onder A van de in het tweede lid opgenomen tabel, in de verhouding waarin de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State in dat jaar afwijkt van de bezoldiging in het jaar 2007; voor de helft van het gedeelte van de uitkering dat betrekking heeft op personele en materiële kosten, vermeld onder B van de in het tweede lid opgenomen tabel, in de verhouding waarin de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel afwijkt van deze bezoldiging in het jaar 2007 en voor de andere helft in de verhouding waarin het algemeen prijspeil van het gezinsverbruik blijkens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex in de maand juni van dat jaar afwijkt van dat prijspeil in de maand juni van het jaar 2007. 2. De in het eerste lid bedoelde gedeelten van de uitkeringen zijn voor elk van de in dat lid genoemde personen: A B I. De Koning € 764 304 € 3 993 055 II. De echtgenoot of echtgenote van de Koning € 302 948 € 518 988 III. De vermoedelijke opvolger van de Koning € 226 460 € 1 054 853 IV. De echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning € 226 460 € 351 617 V. De Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan € 431 794 € 856 936 VI. De echtgenoot of echtgenote van de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan € 207 272 € 285 646 3. In dit artikel wordt onder echtgenote van de Koning mede verstaan de echtgenoot van de Koningin, draagster van de Kroon.

Rechtspraak bij dit artikel