Personele en materiële kosten die samenhangen met het koningschap, niet zijnde de uitkeringen die op grond van de artikelen 1 en 2 worden verstrekt, worden bekostigd uit de begroting van het Rijk voor zover deze hiervoor een voorziening bevat en nadat de kosten door of vanwege de Koning daartoe door tussenkomst van Onze Minister-President bij Onze minister die het aangaat zijn gedeclareerd.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009