Naar hoofdinhoud

Artikel 7b

Vervolguitkering

Onderdeel van Besluit vaststelling algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 24 wet gemeentelijke herindeling Noordwest-Overijssel· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1994

1. De betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur bedoeld in artikel 7, tweede lid, heeft bereikt, heeft in aansluiting op die uitkering recht op een vervolguitkering. 2. De betrokkene die het einde van de uitkeringsduur bedoeld in artikel 7, eerste lid, heeft bereikt en voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a, doch uitsluitend wegens zijn arbeidsverleden geen recht heeft op verlenging van de uitkeringsduur; heeft recht op een vervolguitkering. 3. Behoudens het gestelde in de volgende leden is de duur van de vervolguitkering een jaar. 4. De duur van de vervolguitkering voor de betrokkene die op de dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is, bedraagt drie en een half jaar. 5. De betrokkene aan wie ingevolge artikel 7a een uitkering is toegekend, heeft aansluitend recht op een vervolguitkering indien de toegekende uitkering eindigt op een tijdstip gelegen binnen een jaar na de datum waarop zijn uitkering zou zijn beëindigd, wanneer deze zou zijn toegekend ingevolge artikel 7. De vervolguitkering eindigt op het tijdstip gelegen een jaar na de in de vorige volzin bedoelde datum. 6. De betrokkene die op de dag van zijn ontslag 57,5 jaar of ouder is en aan wie ingevolge artikel 7a een uitkering is toegekend, heeft aansluitend recht op een vervolguitkering indien de toegekende uitkering eindigt op een tijdstip gelegen binnen drie en een half jaar na de datum waarop zijn uitkering zou zijn beëindigd, wanneer deze zou zijn toegekend ingevolge artikel 7. De vervolguitkering eindigt op het tijdstip gelegen drie en een half jaar na de in de vorige volzin bedoelde datum. 7. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zijn bepalingen van de uitkering van overeenkomstige toepassing op de vervolguitkering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel