De burgemeester wordt aangewezen als de instantie die bevoegd is tot afgifte van een bewijs van betrouwbaarheid als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 van de Richtlijn. Als bewijs van betrouwbaarheid dient de verklaring omtrent het gedrag, die kan worden afgegeven overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële
gegevens in werking treedt.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Afgifte bewijzen van betrouwbaarheid en non-faillisement· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 april 2004