**1.** Onze Minister van Financiën kan, met inachtneming van de krachtens artikel 1, onderdeel b, van het Verdrag van Parijs door de Bestuurscommissie genomen besluiten, in Nederland gelegen kerninstallaties van de toepassing van dat verdrag uitsluiten, indien de geringe omvang van de betrokken risico’s in relatie tot de kosten van de verdragsverplichtingen dat naar zijn oordeel rechtvaardigen. Het besluit daartoe wordt genomen in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
**2.** In een besluit op grond van het eerste lid kan worden bepaald dat de exploitant van de kerninstallatie aansprakelijk blijft voor schade waarop ten gevolge van dat besluit het Verdrag van Parijs niet meer van toepassing is. Aan het besluit kunnen tevens voorschriften worden verbonden met betrekking tot het bedrag en de vorm van die aansprakelijkheid, alsmede voorschriften met betrekking tot de wijze waarop daarvoor financiële zekerheid wordt gesteld.
Artikel IV van Stb. 2016/180 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk II
Artikel 5a
Artikel 5a
Onderdeel van Wet aansprakelijkheid kernongevallen· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2017