Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 18

Artikel 18.16s

Artikel 18.16s

Onderdeel van Wet milieubeheer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.7.1.3, 9.7.2.1, 9.7.2.3, 9.7.2.5, 9.7.2.6, 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1, 9.7.6.2, 9.8.5.1 kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen. 2. De op grond van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd. 3. Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker drie of meer overtredingen van de artikelen 9.7.4.1 tot en met 9.7.4.5, 9.7.4.8, 9.7.4.10, 9.7.4.12, 9.7.4.13, 9.7.6.1 en 9.7.6.2 heeft begaan, bepalen dat die inboeker gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare energie kan inboeken op grond van artikel 9.7.4.1. 5. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een raffinaderijhouder drie of meer overtredingen van de artikelen 9.8.3.1, 9.8.3.2 of 9.8.3.6 heeft begaan, bepalen dat die raffinaderijhouder gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen door hem in zijn raffinaderij gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong kan inboeken op grond van artikel 9.8.3.1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel