Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Titel 9.7 › § 9.7.4

Artikel 9.7.4.13

Artikel 9.7.4.13

Onderdeel van Wet milieubeheer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het register van een hoeveelheid hernieuwbare energie of de verificatie, bedoeld in artikel 9.7.4.12, kan het bestuur die hoeveelheid en de kenmerken van die hoeveelheid, tot vijf jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen. 2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te veel emissiereductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt per sector als bedoeld in artikel 9.7.3.2, eerste lid, het aantal per soort emissiereductie-eenheden dat die inboeker te veel heeft ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker. 3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker te weinig emissiereductie-eenheden heeft ontvangen voor de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie, wordt per sector als bedoeld in artikel 9.7.3.2, eerste lid, het aantal per soort emissiereductie-eenheden dat die inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste, tweede en derde lid. 5. Indien per sector als bedoeld in artikel 9.7.3.2, eerste lid, het aantal per soort emissiereductie-eenheden op de rekening van de inboeker als gevolg van de toepassing van het tweede lid leidt tot een negatief saldo aan emissiereductie-eenheden, vult hij het tekort aan binnen drie kalendermaanden. Artikel III van Stb. 2026/83 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel