Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Titel 9.7 › § 9.7.4

Artikel 9.7.4.6

Artikel 9.7.4.6

Onderdeel van Wet milieubeheer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie die is ingeboekt in het register op de rekening van de inboeker: één emissiereductie-eenheid conventioneel bij, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit: voedsel- en voedergewassen, met een laag risico of gecertificeerd laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik als bedoeld in verordening (EU) 2019/807; of een bijproduct van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie of verordening (EU) 2022/996; één emissiereductie-eenheid geavanceerd bij, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit: grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie of als zodanig aangemerkt in verordening (EU) 2022/996; of een grondstof die voorkomt op een bij ministeriële regeling vast te stellen lijst van materialen; één emissiereductie-eenheid bijlage IX-B bij, indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen als bedoeld in bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie of als zodanig aangemerkt in verordening (EU) 2022/996; één emissiereductie-eenheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij voor een geleverde vloeibare of gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong; één emissiereductie-eenheid elektriciteit bij voor het gedeelte van de geleverde of door natuurlijke personen op hun onroerende zaak geladen elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare bronnen; één emissiereductie-eenheid overig bij: indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit een residu van de productie of verwerking van voedsel- en voedergewassen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn hernieuwbare energie of verordening (EU) 2022/996; of indien de geleverde biobrandstof is geproduceerd uit grondstoffen, niet zijnde de grondstoffen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d en f, onder 1°. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de berekening van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie. 3. De hoeveelheid ingeboekte CO2-equivalent-ketenemissiereductie wordt per soort emissiereductie-eenheid naar beneden afgerond op één kilogram. 4. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit voor een door een importeur ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare energie emissiereductie-eenheden bij op de rekening van die importeur, nadat die importeur volgens bij ministeriële regeling gestelde regels heeft aangetoond dat die hoeveelheid hernieuwbare energie aan de Nederlandse markt is geleverd. 5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, kan het bestuur van de emissieautoriteit een aantal emissiereductie-eenheden overig bijschrijven ter grootte van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen factor kleiner dan één, voor de grondstoffen van het eerste lid, onderdeel f, waarbij een onderscheid per grondstof gemaakt kan worden. 6. Een geleverde biobrandstof die geproduceerd is uit voedsel- en voedergewassen wordt geacht niet als tussenteelt op landbouwgrond te zijn geteeld en te hebben geleid tot de vraag naar meer land, tenzij de inboeker het tegendeel aantoont. 7. In afwijking van het eerste lid schrijft het bestuur van de emissieautoriteit een aantal emissiereductie-eenheden bij ter grootte van een bij ministeriële regeling vastgesteld gedeelte van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie van de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit. Artikel III van Stb. 2026/83 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Rechtspraak bij dit artikel