**1.** De producent van biobrandstoffen bepaalt en controleert:
de aard en hoeveelheid van de door hem ontvangen duurzame grondstof voor de vervaardiging van de biobrandstof;
de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde duurzame biobrandstof;
de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde duurzame biobrandstof;
de broeikasgasemissiegegevens;
en voert hierover een goede boekhouding.
**2.** De producent van waterstof uit elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, controleert:
de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, voor de vervaardiging van de hernieuwbare waterstof;
de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, en de hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare waterstof;
de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare waterstof;
de broeikasgasemissiegegevens;
en voert hierover een goede boekhouding.
**3.** De producent van een hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong controleert:
de aard en hoeveelheid van de door hem gebruikte hernieuwbare waterstof voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte hernieuwbare waterstof en de soort en hoeveelheid door hem vervaardigde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
de hoeveelheid per afnemer van de door hem geleverde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
de broeikasgasemissiegegevens;
en voert hierover een goede boekhouding.
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste tot en met derde lid.
Artikel III van Stb. 2026/83 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 9 › Titel 9.7 › § 9.7.6
Artikel 9.7.6.1
Artikel 9.7.6.1
Onderdeel van Wet milieubeheer· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026