Aan het in artikel 5 omschreven wapen kunnen de navolgende uitwendige versierselen worden toegevoegd:
a. tot dekking van het schild de Koninklijke kroon;
b. als schildhouders: rechts een leeuw van goud, getongd en genageld van keel, links een griffioen van goud, getongd van keel en genageld van goud.
Dit wapen voorzien van zijn uitwendige versierselen kan worden geplaatst op een mantel van purper, geboord van goud, gevoerd met hermelijn, opgebonden met koorden eindigende in kwasten, beide van goud, gedekt door de Koninklijke kroon.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit tot het voeren van het Koninklijk wapen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 19 mei 1980