**1.** Met het toezicht op de naleving van de in artikel 24, eerste lid, bedoelde verplichting zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
**2.** De toezichthouder dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, oefent zijn bevoegdheden slechts uit ten aanzien van een schip, ongeacht welke vlag het voert, dat zich in een Nederlandse haven bevindt.
**3.** De uitoefening van het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving mag in geen geval vertraging voor het schip meebrengen.
**4.** Indien blijkt, dat de voornaamste kenmerken van het schip afwijken van die vermeld op de Internationale Meetbrief (1969), in dier voege, dat dit tot een vermeerdering van de bruto- of netto-tonnage leidt, wordt de Staat wiens vlag het schip voert hiervan door Onze Minister onmiddellijk in kennis gesteld.
**5.** Indien niet is voldaan aan de in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 1:5 van de Algemene douanewet in samenhang met artikel 15, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) bedoelde verplichting, verleent de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, geen expeditie.
Hoofdstuk V
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Meetbrievenwet 1981· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021