**1.** De som van de oppervlakte van de in erfpacht uit te geven percelen grond en van de bedrijfsoppervlakte op het tijdstip van het indienen van de aanvrage dient te zijn:
ten minste 40 ha en ten hoogste 60 ha voor een akkerbouwbedrijf;
ten minste 25 ha en ten hoogste 40 ha voor elk ander bedrijf.
**2.** Indien de aanvrager de dertigjarige leeftijd nog niet heeft overschreden, dient in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de minimale bedrijfsoppervlakte na uitgifte te zijn:
32 ha voor een akkerbouwbedrijf;
20 ha voor elk ander bedrijf;
17,5 ha voor een bedrijf, waarop de intensieve veehouderij wordt uitgeoefend en waarvan de bedrijfsomvang van de intensieve veehouderij ten minste 40 s.b.e. bedraagt.
**3.** Onder intensieve veehouderij als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan het in daartoe bestemde bedrijfsgebouwen houden van:
mestkalveren;
stieren, daaronder begrepen ossen, voor de mesterij, jonger dan 24 maanden en niet zijnde mestkalveren;
mestvarkens;
fokvarkens;
slachtkuikens;
leghennen;
kalkoenen.
Hoofdstuk II › Titel II › Paragraaf 2
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Beschikking grondbankstelsel· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1983