**1.** De rijksbijdrage voor een kerngemeente ten behoeve van maatschappelijke begeleiding en introductie-activiteiten als bedoeld in artikel 4 bedraagt één maal:
voor de eerste tien in enig kalenderjaar in de gemeente gehuisveste vluchtelingen f 6000 per vluchteling;
voor elke volgende in datzelfde kalenderjaar in de gemeente gehuisveste vluchteling: f 5000.
**2.** De rijksbijdrage voor een gemeente, niet kerngemeente zijnde, ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding en introductie-activiteiten bedoeld in artikel 4 bedraagt éénmaal f 5000 voor elke vluchteling die in enig kalenderjaar als vluchteling is gehuisvest.
**3.** De minister kan de rijksbijdrage gedeeltelijk terugvorderen, indien een vluchteling de gemeente verlaat, voordat de eerste opvang als bedoeld in artikel 4, is voltooid.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Faciliteitenregeling Vluchtelingen· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 27 mei 1983