Naar hoofdinhoud
1. Indien onroerende goederen die bij dit besluit in eigendom, beheer en onderhoud op de gemeente overgaan, alsnog benodigd blijken te zijn voor de aanleg van de spoorlijn Almere-Lelystad, verkoopt de gemeente deze aan het Rijk. 2. Indien onroerende rijkseigendommen, grenzende aan eigendommen van de gemeente, niet voor de aanleg van de in het vorige lid genoemde spoorlijn nodig blijken te zijn, verkoopt het Rijk deze aan de gemeente. 3. De koopprijs van de in de vorige leden bedoelde onroerende goederen wordt bij wijze van bindend advies vastgesteld door één of meer door het Rijk en de gemeente in onderling overleg aan te wijzen niet-ambtelijke deskundigen, voor wie als uitgangspunt voor het bepalen van de koopprijs zullen gelden de prijzen per m² die ter vaststelling van het in artikel 1, derde lid, genoemde bedrag zijn aangehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel