Naar hoofdinhoud
Voor zover de op de gemeente in eigendom, beheer en onderhoud overgaande wegen aan één zijde dan wel aan weerszijden grenzen aan percelen die niet in eigendom op de gemeente overgaan, wordt de begrenzing van de wegen gevormd door: de hartlijn van de aan de weg grenzende wegsloot dan wel wegsloten, met dien verstande dat voor de gemeente het beheer zich uitstrekt tot de niet aan de wegzijde gelegen insteek van deze sloot of sloten; de aan de wegzijde gelegen insteek van een hoofdafvoerleiding of vaart, met dien verstande dat ten aanzien van het onderhoud van het boven water gelegen talud het bepaalde in artikel 11, eerste lid, onder b, van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel