Een groot zeilschip moet ’s nachts voeren:
boordlichten op gelijke hoogte en in een lijn loodrecht op de lengte-as en ten hoogste 1 m binnen de zijkanten van het schip. Zij mogen gewone lichten zijn;
een heklicht op het achterschip, zoveel als mogelijk in de lengte-as van het schip op een zodanige hoogte, dat het goed zichtbaar is voor een ander schip dat het schip oploopt;
twee heldere of gewone rondom schijnende lichten in een verticale lijn, het bovenste rood en het onderste groen, met een onderlinge afstand van ten minste 1 m, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien.
Deel I › Hoofdstuk 3 › Afdeling II
Artikel 3.12
Tekens van grote zeilschepen
Onderdeel van Binnenvaartpolitiereglement· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2004