Naar hoofdinhoud

Deel I › Hoofdstuk 8

Artikel 8.03

Inrichting

Onderdeel van Binnenvaartpolitiereglement· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2004

Een snelle motorboot mag slechts deelnemen aan de scheepvaart indien: de inrichting van het schip en van de motor zodanig is, dat gevaar voor brand of ontploffing en hinder voor de omgeving door rook, damp of walm wordt voorkomen; de afgewerkte gassen door een behoorlijk geluiddempende voorziening worden afgevoerd; de stuurinrichting deugdelijk en doelmatig is; het schip is voorzien van een technische inrichting waardoor bij het onderbreken van de besturing de middelen tot voortbeweging onmiddellijk tot stilstand of nagenoeg tot stilstand komen; deze eis geldt niet voor een gesloten binnenbesturing; een reddingsvest onder handbereik voor ieder der opvarenden aan boord is; een deugdelijk brandblusapparaat aan boord is.

Rechtspraak bij dit artikel