De uit een oogpunt van volksgezondheid en goed landbouwkundig gebruik toelaatbare hoeveelheid van bestrijdingsmiddelen, bestanddelen daarvan of omzettingsproducten, aanwezig op of in:
onbewerkte of bewerkte eet- of drinkwaren, met uitzondering van:
specerijen, bedoeld in het Warenwetbesluit Specerijen en kruiden;
de waren, bedoeld in het Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen;
de waren, bedoeld in de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding;
de waren, bedoeld in de Warenwetregeling Babyvoeding;
voor zover de producten uit de genoemde productgroepen onder 1 en 2 niet met name in Bijlage II zijn genoemd, in welk geval het residugehalte niet hoger mag zijn dan in de desbetreffende bijlage met inachtneming van de daarbij gestelde aanwijzingen is aangegeven;
bewerkte eet- of drinkwaren, waarvoor in Bijlage II geen afzonderlijk toegelaten gehalte is aangegeven, mag niet hoger zijn dan het in de voor onbewerkte eet- of drinkwaren vastgestelde gehalte, waarbij rekening gehouden wordt met de concentratie- of verdunningsfactor;
samengestelde eet- of drinkwaren mag niet hoger zijn dan het volgens Bijlage II, toegelaten gehalte van de afzonderlijke onbewerkte eet- of drinkwaren in het mengsel, waarbij rekening gehouden wordt met de relatieve concentraties van deze eet- of drinkwaren in het mengsel en met het gestelde onder b.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Warenwetregeling residuen van bestrijdingsmiddelen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 30 april 2004