**1.** Het in artikel 13 bedoelde percentage bedraagt voor het burger-oorlogsslachtoffer dat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt:
80, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
70, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd en het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b;
75, indien het burger-oorlogsslachtoffer niet is gehuwd en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft;
70, indien het burger-oorlogsslachtoffer als alleenstaande moet worden aangemerkt.
**2.** Het in artikel 13 bedoelde percentage bedraagt voor het burger-oorlogsslachtoffer met ingang van de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt:
65, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is;
55, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd en het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b;
60, indien het burger-oorlogsslachtoffer niet is gehuwd en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft;
55, indien het burger-oorlogsslachtoffer als alleenstaande moet worden aangemerkt.
**3.** Bij overlijden van de echtgenoot van het burger-oorlogsslachtoffer blijft het uitkeringspercentage ongewijzigd tot en met de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Hoofdstuk II › § 3
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013