Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 3

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. Het in artikel 13 bedoelde percentage bedraagt voor het burger-oorlogsslachtoffer dat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt: 80, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is; 70, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd en het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b; 75, indien het burger-oorlogsslachtoffer niet is gehuwd en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft; 70, indien het burger-oorlogsslachtoffer als alleenstaande moet worden aangemerkt. 2. Het in artikel 13 bedoelde percentage bedraagt voor het burger-oorlogsslachtoffer met ingang van de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt: 65, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is; 55, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd en het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b; 60, indien het burger-oorlogsslachtoffer niet is gehuwd en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft; 55, indien het burger-oorlogsslachtoffer als alleenstaande moet worden aangemerkt. 3. Bij overlijden van de echtgenoot van het burger-oorlogsslachtoffer blijft het uitkeringspercentage ongewijzigd tot en met de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel