Indien het burger-oorlogsslachtoffer, na beëindiging van zijn al dan niet voltooide opleiding, arbeid heeft aanvaard welke niet in overeenstemming is met het niveau van het gevolgde onderwijs, en het burger-oorlogsslachtoffer uit die arbeid een inkomen geniet of heeft genoten dat ten tijde van de aanvraag minder bedraagt of zou hebben bedragen dan het inkomen dat hij op grond van die opleiding ten tijde van de aanvraag redelijkerwijs had kunnen verwerven, kan de grondslag worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Wijziging bepalingen Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 1984