Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Regeling beperking geluidhinder luchtvaart· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 14 december 2005

Met betrekking tot het uitvoeren van vluchten met militaire luchtvaartuigen elders dan binnen de in artikel 1 bedoelde verkeersleidingsgebieden, moeten de volgende voorschriften worden nagekomen: Vluchten boven land, beneden een hoogte van 1000 meter (3000 voet) boven het aardoppervlak, moeten worden uitgevoerd met een lagere snelheid dan 350 knopen. Indien de vliegeigenschappen van het type luchtvaartuig, of de aard van de vluchtopdracht tot het vliegen met een hogere snelheid nopen, mag worden gevlogen met een zoveel hogere snelheid als deswege noodzakelijk is, doch niet met een hogere snelheid dan 450 knopen. Tijdens incidentele vliegoefeningen, waarbij een hogere snelheid dan 450 knopen is vereist, mag krachtens een bijzondere opdracht, verstrekt namens de militaire luchtvaart autoriteit, gedurende een in die opdracht aangegeven gedeelte van de vlucht worden gevlogen met een eveneens in de opdracht vermelde hogere snelheid, welke ten hoogste 0.86 maal de plaatselijke voortplantingssnelheid van het geluid mag bedragen. Tijdens vluchten boven land, beneden een hoogte van 1000 meter (3000 voet) boven het aardoppervlak, moet de route zodanig worden gekozen dat het optreden van vermijdbare geluidhinder met name boven bebouwde kommen en bijzondere bebouwing zoals ziekenhuizen en sanatoria wordt voorkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel