Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
spaarbewijzen: waardepapieren aan toonder, welke een nominale vordering op de uitgevende instelling inhouden en waarbij de rente niet gedurende de looptijd opeisbaar wordt;
Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;
representatieve organisatie: een organisatie, die met betrekking tot de uitvoering van deze wet door Onze Minister, de Bank gehoord, als representatieve organisatie voor een groep van ondernemingen en instellingen is aangewezen.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Wet inzake spaarbewijzen· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 13 juni 1985