Degenen die gerechtigd zijn de aaldogger- en aalhoekwantvisserij uit te oefenen, is het in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1 maart tot en met 31 oktober tot een hoeveelheid van ten hoogste 5 kg te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voorzover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2012