De gekozen leden van provinciale staten, tot wier toelating onherroepelijk is beslist, en de benoemde commissaris van de Koning leggen de eden (verklaringen en beloften), genoemd in artikel 11, onderscheidenlijk 53 van de Provinciewet af zo spoedig mogelijk na de verkiezing onderscheidenlijk de benoeming. Deze eden (verklaringen en beloften) zijn tot de datum van instelling tevens van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van het algemeen bestuur van het voorbereidingslichaam, bedoeld in artikel 15, onderscheidenlijk op het voorzitterschap van dat bestuur.
§ II
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Wet instelling provincie Flevoland· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 5 juli 1985