De begrenzing van de op de gemeente in eigendom, beheer en onderhoud overgaande wegen wordt gevormd:
indien de weg aan één zijde dan wel aan weerszijden grenst aan een wegsloot, niet zijnde een hoofdafvoerleiding of een vaart door de hartlijn van de aan de weg grenzende wegsloot dan wel wegsloten, met dien verstande dat voor de gemeente het beheer zich uitstrekt tot de niet aan de wegzijde gelegen insteek daarvan;
indien de weg aan één zijde dan wel aan weerszijden grenst aan een hoofdafvoerleiding of een vaart, door de aan de wegzijde gelegen insteek van die watergang dan wel watergangen, met dien verstande dat ten aanzien van het onderhoud van het boven water gelegen talud het bepaalde in artikel 8, eerste lid, onder b, van toepassing is.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Besluit aanwijzing rijkseigendommen die in eigendom, beheer en onderhoud overgaan op de gemeente Dronten (2)· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 24 december 1986