**1.** Elk buitengewoon pensioen eindigt met het einde van de maand, waarin de rechthebbende is overleden.
**2.** De uitkering van de in artikel 20, eerste lid, bedoelde kinderen eindigt tevens met het einde van de maand, waarin de rechthebbende:
de leeftijd van 21 jaren heeft bereikt tenzij artikel 20, derde lid, van toepassing is;
in het huwelijk is getreden;
is geadopteerd.
**3.** Een vervallen verklaard of ingetrokken buitengewoon pensioen of uitkering eindigt met het einde van de maand, waarin de beschikking inzake het vervallen verklaren of de intrekking is gegeven.
hoofdstuk Zesde
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 1998