De griffier van de rechtbank doet onverwijld aan de officier van justitie en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde die geen raadsman heeft, gewezen op het recht op bijstand van een raadsman en het recht op kennisneming van de processtukken, bedoeld in artikel 64, eerste lid.
Hoofdstuk III › Afdeling C
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2017