Indien het openbaar ministerie het in het belang van een goede rechtsbedeling gewenst acht, dat een vreemde staat een door de Nederlandse rechter opgelegde straf of maatregel ten uitvoer legt of verder ten uitvoer legt dan wel toezicht uitoefent op de naleving van door de Nederlandse rechter opgelegde voorwaarden, geeft het, onder overlegging van eventuele met het oog op de tenuitvoerlegging van belang zijnde stukken, aan Onze Minister een met redenen omkleed advies tot overdracht van de tenuitvoerlegging of het toezicht aan die staat.
Hoofdstuk IV › Afdeling A
Artikel 51
Artikel 51
Onderdeel van Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020